• Contacto
  • Conexión

Drijft Nicaraguaanse burgerbeweging Ortega steeds verder in het nauw?

Nicaragua herdenkt dodelijke protest van een jaar geleden

18 april 2018 staat in de annalen van Nicaragua gebrandmerkt als een van de zwartste dagen uit de geschiedenis van het land. Precies een jaar geleden werd het Centraal-Amerikaanse land door manifestaties overspoeld tegen het regime Ortega-Murillo dat al twaalf jaar aan de macht is. Een poging om de sociale zekerheid te hervormen was toen de trigger voor een uitbarsting van opgekropte frustraties. De regering beantwoordde de protesten met zware repressie, met een trieste eindbalans van 327 doden en honderden politieke gevangenen. Tienduizenden Nicaraguanen trokken de grens over en zochten een toevlucht in Costa Rica.

Vandaag heeft de oppositie, verenigd in de brede Blauw-Witte Burgerbeweging — Unidad Nacional Azul y Blanco (UNAB), zo genoemd naar de kleuren van de nationale vlag — het openlijk over “de dictatuur” van Ortega en is het vastberaden daar een einde aan te maken. Liefst voor het officiële einde van zijn mandaat in 2021.

Poging tot staatsgreep?

Sommigen lezen de protesten als een poging tot staatsgreep van dissidente rechtse krachten die het linkse regime van Ortega — samen met Venezuela een van de laatste bastions in Latijns-Amerika — willen destabiliseren. Ze zouden de marionetten zijn van de VS, die Nicaragua altijd als hun achtertuin beschouwden.

Bernard Duterme, directeur van Cetri in Louvain- La Neuve en auteur van Toujours sandiniste, le Nicaragua? veegt die versie gedecideerd van tafel. ‘Het regime Ortega-Murillo heeft al lang niets meer dat links of socialistisch is. Het beleid van Ortega kan je niet anders dan autocratisch en neoliberaal noemen. De gewezen guerrilla-leider had altijd uitstekende relaties met de internationale financiële instellingen en voerde een conservatieve politiek met de steun van de katholieke en evangelische kerken.’

Met die woorden zet Duterme de toon tijdens een gespreksavond in Brussel, met een delegatie van drie vrouwen uit Nicaragua. Alle drie maken ze deel uit van de Burgeralliantie voor Democratie en Gerechtigheid, de Alianza Civica por la Democracia y la Justicia, een onderdeel van de Blauw-Witte Burgerbeweging UNAB. De vrouwen waren in Europa om internationale steun te vragen voor het zoeken naar een vreedzame uitweg uit de impasse.

María Teresa Blandón Gadea, een feministische sociologe en ex-sandiniste, treedt Duterme bij. ‘Terugvallen op het oude argument van de Koude Oorlog werkt vandaag niet meer’, stelt Blandón. ‘Het is een al te simplistische redenering. Het ergste is dat die retoriek de legitimiteit van de protesten miskent. Dit is een autoritaire regering met weinig respect voor de grondwet en die op heel goede voet staat met transnationale bedrijven.’

Mónica López Baltodano, mensenrechten- en milieu-activiste zegt wat hun missie is: ‘Ortega ging onder druk van de internationale gemeenschap en onder dreiging van internationale sancties eind februari terug naar de onderhandelingstafel. Maar alleen om tijd te kopen. Ortega geeft geen enkele indicatie om aan onze eisen tegemoet te komen. Als burgerbeweging spraken we af dat we op een vreedzame manier de strijd willen voeren, ondanks de harde repressie van de regering. Daar is heel veel creativiteit voor nodig, maar het volk is vastberaden. Wij willen zo snel mogelijk het vertrek van Ortega maar daar is internationale druk voor nodig, alleen kunnen we dit niet.’

De big stick van internationale sancties

Eind januari bracht een delegatie van Europarlementsleden Nicaragua een bezoek om meer zicht te krijgen op de situatie van de politiek gevangenen en van de burgerlijke vrijheden in het land. In opvolging van dat bezoek keurde het Europees parlement op 14 maart een resolutie goed die de regering Ortega-Murillo vraagt om de gevangenen vrij te laten, de mensenrechten te respecteren en een einde te maken aan het criminaliseren van het middenveld. De resolutie vraagt de 28 lidstaten ook om sancties toe te passen gericht op de verantwoordelijken van de mensenrechtenschendingen: het intrekken van visa en bevriezen van eigendommen en financiële middelen die ze in Europa hebben. Ook stelt de resolutie dat men wil nagaan of Nicaragua uit het associatie-akkoord tussen de EU en Centraal-Amerika kan gezet worden omdat het de democratische clausule, opgenomen in het akkoord, niet nakomt.

De sancties komen bovenop de sancties die de VS eerder afkondigde. De Nica Act werd goedgekeurd in december, waardoor het voor Nicaragua moeilijk is leningen te krijgen van het IMF, de Wereldbank of de Inter-Amerikaanse ontwikkelingsbank.

Op 11 januari zette de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) ook de procedure van “het Democratische charter” in gang. Daardoor zou Nicaragua uit de Organisatie van Amerikaanse Staten gezet worden en verder geïsoleerd worden in de mogelijkheden voor leningen en financiële transacties. Die procedure is inmiddels vertraagd, omdat de OAS prioriteit geeft aan de toestand in Venezuela en het intussen wellicht de druk op Ortega vergroot. Daarnaast lopen sancties tegen specifieke personen volgens de Magnitsky-wet. Die blokkeert de tegoeden van de geviseerde personen in de VS.

Door de druk van die sancties en beschuldigingen van grove mensenrechtenschendingen (door de VN-instanties — de Inter-Amerikaanse Mensenrechten Commissie CIDH, de Speciale Commissie voor Nicaragua MESENI en de Interdisciplinaire groep van Onafhankelijke Experten GIEI) restte Ortega niet veel anders dan opnieuw naar de onderhandelingstafel te gaan.

Onderhandelen met de rug tegen de muur

Een eerste poging om te onderhandelen sprong in juni vorig jaar na een maand al af. Door de economische sancties en de lamentabele economische toestand — in 2018 kromp de economie met 3,8 procent — was het vooral de zakenwereld die Ortega aandrong opnieuw naar de onderhandelingstafel te gaan.

Die nieuwe ronde startte op 27 februari in een beperkte bezetting. Er waren zes leden van de kant van de Burgerbeweging voor Democratie en Gerechtigheid en zes die het regime vertegenwoordigden. Daarnaast waren een afgevaardigde van de Organisatie van Amerikaanse Staten en de nuntius Waldemar Sommertag externe observatoren.

De voornaamste bekommernis van de regering was de situatie zo snel mogelijk normaliseren, zodat de economische crisis kon afgeremd worden en opnieuw vertrouwen kon groeien voor de zakenwereld. De burgerbeweging ging de onderhandelingen aan in precaire omstandigheden, met de politieke gevangenen als gijzelaars en in een klimaat waarin het middenveld nog steeds gecriminaliseerd wordt. Dat belette hen niet om een ambitieuze agenda naar voor te schuiven met drie sleutelbegrippen: democratie, gerechtigheid en vrijheid.

* Democratie gaat over het vertrek van Ortega en de hervorming van het kiessysteem met vervroegde verkiezingen.

* Wat betreft gerechtigheid eiste de burgerbeweging onvoorwaardelijke in vrijheid stelling van de politieke gevangenen, die werden opgepakt tijdens de protesten. Daarnaast vragen ze een opheffing van de gerechtelijke vervolging tegen hen, omwille van de chaotische en ontransparante procedures waarmee die gepaard gingen en een onafhankelijk onderzoek naar de verantwoordelijken van die schendingen van mensenrechten. Tot slot vragen ze maatregelen opdat zo’n repressief optreden van het overheidsapparaat tegen de eigen bevolking zich niet kan herhalen. Concreet betekent dit de ontmanteling van de paramilitairen en para-politie-eenheden.

* Ook willen ze grondwettelijke vrijheid van meningsuiting en van vereniging herwinnen.

Mónica López Baltodano over de onderhandelingen: ‘We spraken af om een vreedzame uitweg te zoeken maar de situatie is uitermate complex omdat Ortega een dictator is en niet geïnteresseerd is in onze eisen. Wij willen in ieder geval niet terugkeren naar de situatie van voor 18 april vorig jaar en doen alsof die 327 doden niet gevallen zijn. We willen een onderzoek naar de verantwoordelijken voor dit geweld, respect voor de mensenrechten en de waarheid kennen.’

Voorlopige akkoorden

Uiteindelijk leverden de onderhandelingen drie akkoorden op:

1. Over politieke gevangenen

Als eerste agendapunt vroeg de Burgerbeweging voor Democratie en Gerechtigheid de onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen en de opheffing van hun juridische vervolging. Hoewel de regering aanvankelijk de term “politieke gevangenen” betwistte – ze sprak over misdadigers, terroristen, golpisten — aanvaarde ze uiteindelijk toch de eis.

Een tweede discussiepunt tijdens de onderhandeling over de vrijlating van de politieke gevangenen, was de vraag welke gevangenen onder die noemer vallen. Aanvankelijk spraken mensenrechtenorganisaties over zo’n 750 tot 800 gevangenen, maar onder coördinatie van het Internationale Rode Kruis werd een lijst aangenomen van 232 namen die door de beide partijen erkend werden.

In een eerste akkoord beloofde de regering dat ze binnen de termijn van 90 dagen zouden vrijgelaten worden. Eind februari werden effectief 112 gevangenen uit hun cel gehaald, nadien nog eens 50, maar ze kwamen nog niet vrij. Hun opsluiting werd voorlopig enkel omgezet in huisarrest. De burgeralliantie blijft vragen om hen zo snel mogelijk en definitief vrij te laten, net als de anderen die op de lijst van het Rode Kruis staan.

2. Over waarheid en gerechtigheid

Een tweede akkoord heeft te maken met een waarheidscommissie en het onderzoek naar de verantwoordelijken van de mensenrechtenschendingen tijdens de protesten.De regering wil dat onderzoek echter volledig in handen leggen van overheidsorganen en weigert om er onafhankelijke instanties bij te betrekken.

3. Over vrijheid

Een derde akkoord behandelt burgerlijke vrijheden met onder meer het recht op vreedzame manifestaties. Kort nadat dit akkoord ondertekend werd, werd het al geschonden door een incident in Managua. In het Centro Comercial Metrocentro werd een vreedzame manifestatie van de burgerbeweging door de politie repressief onderdrukt, wat het vertrouwen aan de onderhandelingstafel niet ten goede kwam.

Verschillende keren stapte de partij van de burgeralliantie van de onderhandelingstafel op, om te wijzen op het gebrek aan politieke wil van de regering en om de druk op te drijven. De onderhandelingen liepen op 4 april af, de datum die vooraf was afgesproken. Het vertrek van Ortega en de vraag naar vervroegde verkiezingen waren voor de vertegenwoordigers van het regime onbespreekbaar.

Hoe moet het verder?

Verschillende thema’s zijn hangende en het is onduidelijk of er verder onderhandeld zal worden. De burgerbeweging vindt hun agendapunten van democratie en gerechtigheid essentieel en roept de regering op hierover na te denken en stappen te zetten. Toch stelt het Nicaraguaanse tijdschrift Envio in zijn analyse dat de burgerbeweging in de onderhandelingen een aanzienlijke politieke overwinning behaalde. De Nicaraguaanse bevolking slaagde er voor het eerst in om de almacht van dit autocratische regime in vraag te stellen, op een manier die heel wat in beweging bracht in de samenleving. Onder druk van de bevolking en de straatprotesten, en aangespoord door de nuntius en de bisschoppen, slaagde men erin de situatie open te trekken voor de ogen en oren van de wereld.

Voor verdere onderhandelingen vraagt de burgeralliantie de toelating van internationale waarnemers tot het onderhandelingsproces. Concreet wil de beweging dat de mensenrechtencommissie CIDH opnieuw toegang krijgt in het land.

Wat voor het regime Ortega de druk kan opdrijven, is de economische noodzaak. Hoe langer een definitief akkoord uitblijft, hoe dieper de economische crisis het land uitholt.

Als een akkoord uitblijft, kan voor 2019 verwacht worden dat de economie 11 tot 20 procent zal krimpen, aldus de Nationale Bank van Nicaragua, met alle sociale gevolgen van dien. Zelfs met een optimaal akkoord zal het nog tot 2023 duren vooraleer de economie in Nicaragua zich kan herstellen, aldus de economist José Vélez Morgan.

Ver en línea https://www.mo.be/analyse/nicaragua-daniel-ortega-steeds-verder-het-nauw

Las opiniones y conslusiones expresadas en el siguiente artículo son de exclusiva responsabilidad del autor y no necesariamente reflejan la posición del CETRI.